Tag Archives: geloof

Hineni

19 Jun

Op 7 november 2016 overleed Leonard Cohen, opgegroeid in Montreal, wijk Westmount. Hij deed sinds de jaren 60 mee in de pop. De CD You want it darker, Columbia / Sony Music: 2016, bleek zijn testament.

Cohen zocht geluk. Overal. Hij hield van mensen en beminde de liefde. Zijn muziek heeft iets dromerigs, iets zachtzoekends. Hij zocht voorbij wat dichtbij is. Hij keek onder de huid van de dingen en de mensen die hij streelde. Hij vond uit dat je het schone alleen kunt liefhebben als je het lelijke erbij neemt, en dat je het kwaad alleen kunt afwijzen als je tegelijk je ogen sluit voor de schoonheid ervan. ‘I turned my back on the devil / Turned my back on the angel too’ (On the Level).

Cohens teksten zijn dichterlijk. Je vindt er herinneringen aan de bijbel, aan Mozes, David en Jezus. Met You want it darker maakt hij de som op. De ‘you’ die hij aanspreekt, is God. Hij heeft hem gezocht, naar een teken van zijn liefde verlangd. Maar er kwam niets terug. Van mensen wel, niet van God. ‘Only one of us was real – and that was me’ (Treaty).

Dat maakte hem kwaad, moe ook. Maar vooral: hij begreep het niet. Hij heeft Gods liefde niet kunnen kopen, ook niet voor de prijs van zijn eigen liefde. ‘I wish there was a treaty / Between your love and mine’ (Treaty). Hij gaf op. ‘I’m out of the game’ (Leaving the Table). ‘We kill the flame’ (You want it darker). Hij hield ‘the me and you’ voor gezien (Traveling light). Dat lucht op! ‘We sold ourselves for love but now we’re free’ (Treaty).

Leonard Cohen constateert dat hij niets te bieden had. Nu laat hij zijn wereld los en gaat weer naar de deur waardoor hij is binnengekomen. De vermaarde Gideon Zelermyer – chazan van de Sja’ar Hasjomajim synagoge waar zijn ouders hem als kind mee naar toe namen – zingt hineni (‘Hier ben ik’) en Leonard fluistert: ‘I’m ready, my Lord’ (You want it darker).

De CD heeft negen nummers. In het hart – nummer 5 – If I didn’t have your love. In het pikkedonker zie je vast de sluier die Gods gezicht verbergt. Een nacht zonder dag, de dooie dood, dat is ‘what my life would seem to me / If I didn’t have your love / to make it real’. Cohen offert zijn verlangen naar Gods liefde op de gloeiende as van zijn leven.

[Pro Ministerio 47,1 (feb 2018) p. 25]

Advertisements

Liberata semper liberanda

30 Oct

– Hé gast, jij bent vrijgemaakt toch? Vind je dat fijn?

Zeker, dat is best tof!

– Echt?

Ja man, ik zweer bij de kracht van Gods belofte, zó betrouwbaar. Mijn verlossing, mijn geloof – dat doet Híj allemaal! Genade – dat is helemaal God!

– Echt hè!

Hé, en het verbond dan, hoe koel is dat! Dat God iets met me begint, en ook op mij rekent.

– En gaat dat?

– Ja, altijd via Jezus hè? Die neemt me mee naar zijn Vader. Maar goed ook! En andersom net zo: voor God zit ik vast aan zijn Zoon.

De herontdekking van de tweezijdigheid van het verbond, de actieve kant van het geloof, de wederkerigheid in de kerkdienst. We leerden kinderen en jongeren de ruimte te geven. We ontwikkelden ons als ‘gemeenten van gelovigen en hun kinderen’. We vonden woorden voor onze eerbied. We lieten ons meenemen in missionaire vernieuwing. We stapten in de internationale oecumene en droomden van eenheid met Nederlandse kerken die drinken uit dezelfde bron.

Tegelijk: we kregen moeite met een andere dan heilshistorische benadering van de bijbel. De Geest viel samen met de woorden. De menselijke en historische kant van het schriftwoord werd problematisch en herkenning verdacht. Ons geloof verstijfde in de rationaliteit. Onze hang naar het collectieve maakte van ons geloof meer een kerkgeloof dan een persoonlijk geloof. Onze dadendrang verstikte gelofte en gebed en liet ons zondebesef uitdrogen.

De vrijgemaakte paradox.

Vriend, vind je het gek dat we niet alleen in de kerk maar ook graag in de preek willen zitten?

Had je niet verwacht dat we ons oor op de borst van God willen leggen en zijn hart willen horen en zijn Geest willen kennen?

Kijk je ervan op dat ook geloofsorganen als wil en verlangen, droom en gevoel, verbeelding en muziek hevig gaan jeuken?

Had je nou gehoopt dat de wegen van gebed, vernieuwing, ervaring en rust voor gelovigen niet aantrekkelijk zouden zijn?

Zag je niet aankomen dat er voelhorens van ontferming aan onze tucht zouden groeien?

Hé, met overvloedige genade gezegende mensen bij de buitendeur, hoe lang denk je dat het duurt voor we ontdekken dat echte gastvrijheid ook onszelf liefde kost?

Wie zou ons willen wijsmaken dat Met-ons-God het enige onderwerp in de heilsgeschiedenis wil zijn, de enige deelnemer aan het genadeverbond, en zijn stem het enige geluid in de bijbel –

[Pro Ministerio 44,2 (mei 2015) 12]

Eerste dienst

13 Jan

De secularisatie waait niet over. De kerk lost op in de wereldzee.

Bij elkaar blijven kost te veel energie.

Gewoonten verdampen door verval van gemeenschappelijkheid.

Oude tradities raken in ademnood. We verliezen het verleden.

Individualisme: de nieuwe verstrooiing.

We laten los.

Hoeveel mensen heeft een gemeente nodig om boven water te blijven?

Waar verweren gelovigen zich tegen het verlies van het vermogen om bij elkaar te zijn?

Hoe overleeft de kerk de ontbinding?

Waar oefen je met elkaar: jezelf bij God brengen / leven van Christus / meebuigen met de Geest / trouw door dik en dun / drinken uit het woord / het offer van de liefde / pijn delen / het leven vieren / last verlichten / je hart openen?

Met wie train je deze dingen in tijden van ontbinding?

Ik denk: in de eerste dienst, de dienst aan huis.

Vader, moeder, hun ouders, hun kinderen, hun vrienden, hun gasten: de dienst thuis.

Zaterdagavond. Zondagavond. Eten. Drinken.

In elke verstrooiing blijven moeders hun kinderen voeden.

Ook in een nieuwe verstrooiing bouwen vaders een huis.

Moeders voeden vaders hoeden.

Kleinen vragen groten dragen.

Familiebanden.

Waar liefde woont, is altijd plek.

Plek voor voorbijgangers en vreemdelingen. Want de reiziger heeft anderen gesproken.

Plek voor zwervers zonder herder. Want buiten is weinig barmhartigheid.

Plek voor leraars en leerlingen. Want wie oud is heeft mooie dingen meegemaakt.

Voor zoekers en vondelingen. Want wie verlangt weet dat er meer is.

Dat is het gezelschap om de verhalen opnieuw te vertellen.

Zegeningen op te tellen.

Herinneringen te delen.

Het woord te proeven.

Moed te oefenen. Rechtvaardig zijn. Goed doen. Om te zoeken naar de weg die God wijst.

De middagdienst verdwijnt, de morgendienst verdwijnt.

De scholen gaan dicht.

De kerk valt uit elkaar, de gelovigen overleven in de reddingboten.

In hun tenten, hutten, huizen woont de zegen. Woonarken.

In hun families scholen ze de kinderen. Voorgangers. Wegwijzers.

In de vertrouwdheid van de familie vertrouwd raken met Vader, Zoon en Geest.

Kiemkracht voor later. Want de gemeente zal de wereld vullen.

Maar zijn we klaar om te duiken?

Kijken we uit naar de reiziger in periscopische verhalen?

Naar de duif met een vers blaadje?

Zijn we bereid te wachten op de man die bij zichzelf gedacht heeft: waarom zou ik voor deze mensen geheim houden wat ik van plan ben?

[Pro Ministerio 43,3 (sep 2014) p. 9]

Domino

12 Jan

Als heel het land verwereldlijkt, sterft de kerk.

Als de wereld de kerk verstikt, waar blijven de gelovigen?

Als de gemeente tot ontbinding overgaat, hoe reist het geloof?

Hoe verspreidt de eerbied zich dan?

Hoe springt de hoop naar de volgende generatie?

Zijn we klaar voor de ballingschap? Voor de reis door het vuur?

Hoe reizen we naar de toekomst?

Met Jezus. Hij neemt de mensen die door het geloof met hem verbonden zijn, mee. Niemand houdt hem tegen. Hij is de hemelse aorta van de kerk, de bovenleiding. Hier mag alles stilvallen, hij houdt daar zijn lichaam gaande. Bij hem komen alle lijnen samen. Uit hem krijgen ze richting. Hij buigt de levens van zijn mensen naar voren, richting verzamelpunt.

Hier bij ons is de Geest. Hij legt de verbinding. Via hem en zijn staf vindt de energie van Jezus de mensen hier. Hij is het raakvlak tussen hemel en aarde. Hij popelt in de woorden. Hij trilt tussen de gelovigen. Hij zucht in de gebeden. Als ik vastloop, als ik aarzel, als ik val, dan raakt hij me, dan laadt hij mij. Door hem raak ik weer los.

Wie in de buurt komt van iemand die met Jezus mee beweegt, voelt de tocht. Hoe heftiger de beweging hoe sterker. Hoe dichter in de buurt hoe sterker. Zo springt geloof over. Zo trekt Jezus, zo trekt de Geest er een mens bij.

Waar stroomt het geloof, als de gemeente ontbindt?

In mensen die zo worden meegenomen, dat ze elkaar meenemen.

In het kind dat zijn vader vraagt: waarom werken we vandaag niet?

Om de tafel waar jongens en meisjes Handelingen 2 voorlezen. Of Matteüs 26. Of Openbaring 4.

In de kinderen die lekkere dingen maken om het werk van God te vieren.

In de vrouw en de man die elkaar trouw zijn.

In de vriendschappen.

In de offers.

In de helpende harten.

In het geduld met alle ellende.

De motor is sterker dan de rem.

Jezus trekt verder. De Geest ademt.

Eerbied en hoop reizen tussen mensen die elkaar raken.

[Pro Ministerio 43,2 (mei 2014) p. 10]