Archive | January, 2015

Verscheiding

20 Jan

Het schijnt wel eens gebeurd te zijn: vogels die naar andere streken trekken en daar geleidelijk verkleuren. Wanneer de verkleurde vogels op hun reis weer in de buurt van hun oorspronkelijke woongebied komen, herkennen de achterblijvers – die de oorspronkelijke kleuren nog hebben – hen niet als soortgenoten, en wederzijds.

Bioloog Midas Dekkers illustreert dat ergens met het voorbeeld van Sinterklaas (Rood. Een bekoring, Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2011, 153). De goedheiligman emigreert met Nederlanders naar Amerika en komt na een paar eeuwen terug als een soort tuinkabouter, de Kerstman. Onherkenbaar.

Het is gebeurd met Ossies en Wessies. Herman Pleij zag het al eerder ook bij Zuid- en Noord-Nederlanders (Moet kunnen. Op zoek naar een Nederlandse identiteit, Amsterdam: Prometheus Bert Bakker, 2014). Toen de gereformeerde Zuid-Nederlanders in de 16e eeuw naar het Noorden uitweken, ontstond daar een type Nederlanders die Vlamingen vandaag de dag niet meer als eigen volk herkennen.

Verscheiding is overal: verscheidenheid ontstaan onder invloed van scheiding.

Denk aan afgescheiden kerken die hun identiteit om de breekpunten heen herbouwen totdat ze in de kerken waar ze uit gekomen zijn, geen verwanten meer zien.

Denk aan broeders en zusters in Australië die na 50 jaar in de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) nauwelijks nog medekerkers herkennen. En wederzijds.

Denk aan dertigers die al dan niet met achterlating van hun geloof ontsnapt zijn van het vrijgemaakte eiland. Op welke kust zullen ze zielematen vinden?

Denk aan het joodse volk dat leven moet zonder tempel. Zal Mozes zijn leerlingen herkennen in het onttempelde jodendom?

Denk aan onze Heer die naar de hemel ging. Zal hij in Nazareners, Christenen, Jezuïeten en Apostolischen familie zien als ze hem straks begroeten?

Denk aan het lichaam dat zijn ziel laat gaan.

[Pro Ministerio 43/4 (dec 2014) p. 9]

Advertisements

Lied zonder adem

14 Jan

bijbelsplinters

Ik verga (naar Jona 2)

mijn mond loopt vol

mijn mond loopt vol maar ik schreeuw

ik stik, verdrink

ik zink maar ik schreeuw naar het licht

ik bid, ik smeek

ik smeek om een hand uit de lucht

uw hand, het water

het water slaat me overal

de vloed, de stroom

uw stroom sleurt me onder de vloed

uw stroom sleurt mij onder de vloed, de stroom

ik dacht daar diep in de zee

niemand die mij ziet

ik dacht daar diep in de zee

niemand die mij vindt

toch opnieuw sta ik voor uw huis

mijn keel, geen lucht

mijn keel zit dicht en ik stik

mijn haar, het wier

mijn haar zit vast in het wier

ik zakte naar de bodem

donkere kelder

put zonder lucht

u bracht mij boven

de dood, de druk

het water drukt mij hier dood

het water drukt mij hier dood, de…

View original post 78 more words

Eerste dienst

13 Jan

De secularisatie waait niet over. De kerk lost op in de wereldzee.

Bij elkaar blijven kost te veel energie.

Gewoonten verdampen door verval van gemeenschappelijkheid.

Oude tradities raken in ademnood. We verliezen het verleden.

Individualisme: de nieuwe verstrooiing.

We laten los.

Hoeveel mensen heeft een gemeente nodig om boven water te blijven?

Waar verweren gelovigen zich tegen het verlies van het vermogen om bij elkaar te zijn?

Hoe overleeft de kerk de ontbinding?

Waar oefen je met elkaar: jezelf bij God brengen / leven van Christus / meebuigen met de Geest / trouw door dik en dun / drinken uit het woord / het offer van de liefde / pijn delen / het leven vieren / last verlichten / je hart openen?

Met wie train je deze dingen in tijden van ontbinding?

Ik denk: in de eerste dienst, de dienst aan huis.

Vader, moeder, hun ouders, hun kinderen, hun vrienden, hun gasten: de dienst thuis.

Zaterdagavond. Zondagavond. Eten. Drinken.

In elke verstrooiing blijven moeders hun kinderen voeden.

Ook in een nieuwe verstrooiing bouwen vaders een huis.

Moeders voeden vaders hoeden.

Kleinen vragen groten dragen.

Familiebanden.

Waar liefde woont, is altijd plek.

Plek voor voorbijgangers en vreemdelingen. Want de reiziger heeft anderen gesproken.

Plek voor zwervers zonder herder. Want buiten is weinig barmhartigheid.

Plek voor leraars en leerlingen. Want wie oud is heeft mooie dingen meegemaakt.

Voor zoekers en vondelingen. Want wie verlangt weet dat er meer is.

Dat is het gezelschap om de verhalen opnieuw te vertellen.

Zegeningen op te tellen.

Herinneringen te delen.

Het woord te proeven.

Moed te oefenen. Rechtvaardig zijn. Goed doen. Om te zoeken naar de weg die God wijst.

De middagdienst verdwijnt, de morgendienst verdwijnt.

De scholen gaan dicht.

De kerk valt uit elkaar, de gelovigen overleven in de reddingboten.

In hun tenten, hutten, huizen woont de zegen. Woonarken.

In hun families scholen ze de kinderen. Voorgangers. Wegwijzers.

In de vertrouwdheid van de familie vertrouwd raken met Vader, Zoon en Geest.

Kiemkracht voor later. Want de gemeente zal de wereld vullen.

Maar zijn we klaar om te duiken?

Kijken we uit naar de reiziger in periscopische verhalen?

Naar de duif met een vers blaadje?

Zijn we bereid te wachten op de man die bij zichzelf gedacht heeft: waarom zou ik voor deze mensen geheim houden wat ik van plan ben?

[Pro Ministerio 43,3 (sep 2014) p. 9]

Domino

12 Jan

Als heel het land verwereldlijkt, sterft de kerk.

Als de wereld de kerk verstikt, waar blijven de gelovigen?

Als de gemeente tot ontbinding overgaat, hoe reist het geloof?

Hoe verspreidt de eerbied zich dan?

Hoe springt de hoop naar de volgende generatie?

Zijn we klaar voor de ballingschap? Voor de reis door het vuur?

Hoe reizen we naar de toekomst?

Met Jezus. Hij neemt de mensen die door het geloof met hem verbonden zijn, mee. Niemand houdt hem tegen. Hij is de hemelse aorta van de kerk, de bovenleiding. Hier mag alles stilvallen, hij houdt daar zijn lichaam gaande. Bij hem komen alle lijnen samen. Uit hem krijgen ze richting. Hij buigt de levens van zijn mensen naar voren, richting verzamelpunt.

Hier bij ons is de Geest. Hij legt de verbinding. Via hem en zijn staf vindt de energie van Jezus de mensen hier. Hij is het raakvlak tussen hemel en aarde. Hij popelt in de woorden. Hij trilt tussen de gelovigen. Hij zucht in de gebeden. Als ik vastloop, als ik aarzel, als ik val, dan raakt hij me, dan laadt hij mij. Door hem raak ik weer los.

Wie in de buurt komt van iemand die met Jezus mee beweegt, voelt de tocht. Hoe heftiger de beweging hoe sterker. Hoe dichter in de buurt hoe sterker. Zo springt geloof over. Zo trekt Jezus, zo trekt de Geest er een mens bij.

Waar stroomt het geloof, als de gemeente ontbindt?

In mensen die zo worden meegenomen, dat ze elkaar meenemen.

In het kind dat zijn vader vraagt: waarom werken we vandaag niet?

Om de tafel waar jongens en meisjes Handelingen 2 voorlezen. Of Matteüs 26. Of Openbaring 4.

In de kinderen die lekkere dingen maken om het werk van God te vieren.

In de vrouw en de man die elkaar trouw zijn.

In de vriendschappen.

In de offers.

In de helpende harten.

In het geduld met alle ellende.

De motor is sterker dan de rem.

Jezus trekt verder. De Geest ademt.

Eerbied en hoop reizen tussen mensen die elkaar raken.

[Pro Ministerio 43,2 (mei 2014) p. 10]

Preekstof

9 Jan

In Kampen is me voortreffelijk bijbels Hebreeuws geleerd. Dat kon moeilijk anders met zo’n docent: de man van een befaamde Hebreeuwse schoolgrammatica, J.P. Lettinga. Mooi vond ik de colleges waarin hij Ruth, Amos, of een ander boek uit het Oude Testament met ons las. Zijn tekstbehandeling had hij in zijn ritmisch kabbelende lintschrift helemaal uitgeschreven. Zijn manuscripten konden zo op een moedervel worden gebrand en gestencild. Zo zijn ze ook in mijn mappen terecht gekomen, op wollig papier, zelfs in folio-formaat.

Later ging ik aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen Semitische Talen studeren. Taal- en tekstwetenschap was toen nog puur oog- en handwerk, zeker bij de Talen en Culturen van het Midden-Oosten. Een van de docenten hier was de sumeroloog en semiticus W.Ph. Römer. Als ik me niet vergis een Leidse studiegenoot en goede kennis van professor Lettinga. Hij gaf onder meer Akkadisch. Zijn colleges gingen anders dan die in Kampen. Hij gebruikte van die krantenpapieren kladblokken met rubberen ruggen. Daar schreef hij met balpen zijn aantekeningen op, in scherpe hanenpoten. Als hij op college een blaadje had besproken, scheurde hij het van het blok, maakte er een prop van en gooide die al vertellend in de strategisch opgestelde prullenbak, of ernaast.

Ik wist niet wat ik meemaakte. Wat een Achterbergse radicaliteit! Elk college deed hij een nieuwe, hartstochtelijke poging om een brug te slaan tussen de oeroude tekst en het volkje voor zijn tafel. Als het college voorbij was, bestond het niet meer. Dat lag verkreukeld op de grond, in losse fragmenten, weer stof geworden. Er was hooguit een kloppend stukje van de Codex Chammoerabi in onze boezem over.

Ondertussen bereid ik me voor op een andere gemeente, andere mensen. Ik loop langs de meters preken die ik geschreven, getypt en geprint heb sinds mijn intrede in 1982. Met de tentakels van mijn geheugen streel ik voorzichtig het bloed, het zweet, de hoop, de blijdschap, het geloof en de liefde van me die op de vellen groot multo staan opgebaard. Hoor ik nou achter het oudpapiergraf de woorden popelen, trilt de lucht?

[Pro Ministerio 42 / 3 (sep 2013) p. 10]

Maatstaf

8 Jan

bijbelsplinters

Het is er stil. Het enige wat beweegt is de wind. Soms brengt de wind slierten van stemmen mee. Gepraat. Geschreeuw. Gebral. Gegil. Allerlei toonaarden. Altijd ijl. Zelf zwijgen we doorgaans.

Onze helling is droog en kaal. Ergens beneden glijdt een filmpje water over een rots. Het is fris en smaakt naar kalk. Vroeg in de morgen likken we een voor een de rots.

Er staan potten in de grot, met oude, heilige rollen. De vloer ligt vol scherven. De vloer ligt hard.

Op onze morgenwandeling hadden we het stof zien kolken boven de weg uit het westen, en de grond onder onze voeten voelen dreunen. De meester had ons bij de stad vandaan geleid, de dorre bergen in. Na een volle dag lopen kwamen we bij de grot.

De volgende dag zocht de meester na het drinken acht flinke vlakke scherven. Een scherpe negende gebruikte hij als stift. Op…

View original post 247 more words