Archive | December, 2012

Goed maken

18 Dec

De Belgische Michelle Martin werd in 2004 tot dertig jaar veroordeeld wegens medeplichtigheid aan de ontvoering en dood van vier meisjes door haar man Marc Dutroux. Justitie besloot dit jaar dat ze vervroegd vrijgelaten kon worden als ze de rest van haar straf in een klooster zou doorbrengen. De zusters Clarissen van Malonne bij Namen waren bereid haar de eerste tijd op te nemen.

Mevrouw Martin voelt zich niet vrij om een plaats te vragen in de samenleving. Ze mag de gevangenis uit maar gaat het klooster in. Zou ze berouw hebben? Zou ze zich schamen voor haar medewerking aan de gruwelijkheden van Dutroux?

Mooi dat ze bij de Arme Klaren van Malonne terecht kan. Zij openen hun huis voor een vrouw die door iedereen wordt veracht. Ondertussen zijn de zusters Clarissen het met heel België eens dat kindermoordenaar Dutroux vreselijke dingen gedaan heeft.

Wat doet berouw met je? Je neemt je schuld op je. Wat doe je als je bereid bent de gevolgen van je wandaad te dragen, de verachting en de straf incluis? Wat heeft je slachtoffer daarover te zeggen? Je omgeving? Is je schaamte de maat? Door boete te doen laat je zien dat je afstand neemt van je slechte daad. Wanneer is dat overtuigend? Wie helpt je voor je berouw een vorm te vinden?

Zijn we daar inmiddels niet heel goed in? Als je terugkijkt langs een christelijke levensweg (ik ben net zestig geworden), zie je de wrakken in de berm. Als je de verhoudingen in een willekeurige kerkelijke gemeente betast, voel je een pokdalig reliëf van littekens, putten, open wonden, lege plekken, kloven.

Ik las ergens: ‘Amerikanen lossen geen problemen op, ze laten die achter’. Gaat het fout, de Amerikaan pakt zijn spullen en probeert het een stuk verder weer. Dat heet frontier ideology: lange wegen van Oost naar West langs ruïnes, kadavers en karrewrakken. Amerikanen schijnen nog steeds opvallend vaak te verhuizen.

Iemand vraagt mijn kerk: ik heb iets ergs gedaan en wil iedereen laten weten dat ik van mezelf walg, vertel me hoe ik dat kan doen. Ik vrees dat ik hem moet doorverwijzen naar aartsbisschop Tutu.

Ik woon hier pas, wij zijn net opnieuw begonnen.

[Pro Ministerio 41,4 (dec 2012) blz. 10]

Advertisements

Vriendjes

3 Dec

Het Nederlands staat er om bekend dat het eindeloos gebruik kan maken van de verkleiningsuitgang. We kunnen zelfs bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden verkleinen. ‘Ik voel me wat kleintjes, zeker als vriendjes van mij losjes met elkaar omgaan.’

Verkleinen doet iets met de betekenis. Het kan verkleinen: mijn vrouw rijdt ook in een autootje. Het kan vertederen: mijn mannetje houdt van die hele grote auto’s. Het kan verluchtigen: ik zie een probleempje.

Het kan ook afkeuren. Een vriend is fijn. Je jonge kinderen mogen blij zijn met hun vriendjes. Maar als van grote mensen wordt gezegd dat het vriendjes zijn, wordt het ietsje verdacht. En vriendjespolitiek klinkt als een vorm van corruptie.

Het is mooi als je een vriend hebt die ook dominee is. Niets mis mee! Een intense vorm van collegialiteit, brothers in arms. Wie kan je beter begrijpen? Wie kan dichter bij je komen dan je collega-vriend?

Het zal niet heel veel voorkomen, denk ik. Collegialiteit kom ik al niet zo veel tegen. Laat staan zulke supercollegialiteit. Maar het komt voor! Samen op vakantie. Gezellig afspreken. Samen een serietje preken maken. Elkaar bijpraten over ontwikkelingen in het vak. Een leesprojectje… Niet tegenhouden, zou ik zeggen. Vriendschap gebeurt. Het is een geschenk. Maak er wat van. Geniet van de wederzijdse toewijding.

Eén ding.

Vriendschap tussen predikanten wordt spannend, als een van de twee in problemen verzeilt. Op zo’n moment zoek je naar de noodrem. Of een wissel. Je moet vriendschap soms over een zijspoor kunnen rangeren, stil zetten bij een verlaten perron.

Het is niet handig de classis voor te zitten waar gesproken wordt over een bezwaar tegen een bevriende collega. Of bij te wonen. Trek je terug uit kerkelijke besturen, vergaderingen of deputaatschappen op het moment dat die zich met je vriend moeten verstaan in een crisis.

Laat je niet inschakelen door kerkelijke instanties om een collega te helpen, omdat je zo goed bevriend bent. Blijf uit de buurt. Laat je helpen door iemand die buiten de partijen staat. Adviseer je vriend een integer mens in de arm te nemen.

Sluit de crisis buiten je vriendschap. Hou je handen vrij om te investeren in je vriendschap. Laat je vriend bij je kunnen schuilen. Gedoe met vriendjes maakt alles erger.

Geef mij maar een kerk die de vriend is van mensen die geen vriendjes hebben.

Geef me een vriend die me belangeloos trouw blijft als ik het moeilijk heb met mijn kerk.

 

[Pro Ministerio 41,1 (feb 2012) blz. 10]